Ruben Timmerman, criminoloog: De prijs van goedkope arbeid
Om veldonderzoek te doen voor mijn proefschrift als criminoloog, werkte ik een jaar lang fulltime in de bouw, logistiek en productie. Het werd een onthutsende ervaring op de absolute bodem van de arbeidsmarkt. Door alle uitzendbureaus werd ik binnen 5 minuten aangenomen. Of ik ervaring had voor sloopwerkzaamheden in de bouw? Die vraag werd niet gesteld. Gelukkig zei de uitvoerder nog wel: ‘doe voorzichtig, ik wil vandaag geen dooien’. Samen met mijn collega arbeidsmigranten maakte ik werkdagen van 12 tot 14 uur. Ze vertelden over uitblijvende betalingen of overuren die niet werden betaald, waardoor ze niet in staat waren de huur te betalen of boodschappen te doen. Een Poolse collega moest 2 weken op zijn loon wachten en rantsoeneerde zijn eten tot een halve aardappel per dag. Ik ervaarde aan den lijve dat uitbuiting van arbeidsmigranten eerder de norm dan een uitzondering was.
In de publiciteit wordt vaak met de beschuldigende vinger gewezen naar de uitzendbureaus. Ook zij hebben natuurlijk een belangrijke verantwoordelijkheid. Maar in mijn optiek zijn het vooral de grote bedrijven die dit systeem mogelijk maken. In mijn proefschrift noem ik dat ‘strategische onwetendheid’. Bedrijven wentelen hun verantwoordelijkheid voor de inhuur van arbeid af op uitzendbureaus en kijken weg van de schadelijke praktijken in hun toeleveringsketens. Ze maken vaak gebruik van meerdere uitzendbureaus en spelen die tegen elkaar uit om de prijs van arbeid zo laag mogelijk te houden. Die uitzendbureaus huren weer andere uitzendbureaus in, waardoor een ondoorzichtig web van verantwoordelijkheden ontstaat. En zo kan een systeem van uitbuiting bestaan waarin arbeidsmigranten behandeld worden als ‘handjes’, in plaats van als mensen. En in dat systeem passen geen kritische vragen.
Hoe kunnen we dit systeem doorbreken? Door alle arbeidsmigranten naar huis te sturen? Ik denk dat dat een naïeve oplossing is. Zonder arbeidsmigranten kan onze arbeidsmarkt niet functioneren, we hebben ze keihard nodig. Ook de roep om Nederland zich te laten ontwikkelen tot kenniseconomie biedt in mijn ogen onvoldoende soelaas. Want meer werk aan de bovenkant, zorgt ook voor meer werk aan de onderkant. Als tech-up-start-up of consultant wil je immers nog steeds goede catering en een schoon kantoor.
Maar er is wél de noodzaak om anders met arbeidsmigranten om te gaan. Sinds mijn onderzoek heb ik ook goede voorbeelden gezien van ABU-leden die het anders doen. Zoals een ABU-lid dat als uitgangspunt had om arbeidsmigranten binnen 3 tot 6 maanden te laten doorstromen naar een vast contract bij de inlener. Ik denk dat daar een mogelijke oplossing ligt: dat uitzenders weer teruggaan naar hun allocatieve rol, waar hun kracht ligt.
Dat de ABU staat voor goed werkgeverschap en goed opdrachtgeverschap, vind ik zeer te waarderen. Maar de vraag is wel of iedere uitlener echt goed zicht heeft op wat er op de werkvloer gebeurt. Mijn advies: zorg dat je aanwezig bent op de werkvloer en in goed contact staat met je uitzendkrachten, zodat je weet wat er speelt. En sta geen schimmige constructies met onderaannemers toe. Dat is óók voor inleners uiteindelijk profijtelijk. Het levert hen productievere werknemers, minder veiligheidsrisico’s en een stuk minder verloop op. Een systeem waarbij iedereen wint: de arbeidsmigrant, de inlener en het uitzendbureau. En een systeem waarmee wij als Nederland koploper kunnen worden op het gebied van fatsoenlijk werk.