ABU: Algemene Bond Uitzendondernemingen

Van flex-efficiency naar flexkracht

Waarde toevoegen in een veranderende arbeidsmarkt

De arbeidsmarkt staat aan de vooravond van een fundamentele herordening. Nieuwe wetgeving biedt uitzendkrachten meer zekerheid, maar tegelijkertijd groeit juist de behoefte aan flexibiliteit – bij werkgevers én werknemers. Voeg daar de opkomst van AI aan toe, en duidelijk wordt dat niet alleen de arbeidsmarkt verandert, maar ook de rol van uitzenders zelf.

Han Mesters is bij ABN AMRO verantwoordelijk voor de strategische visie op zakelijke dienstverlening, met een duidelijke focus op uitzenden, recruitment en detachering. Volgens hem leven we in een tijd waarin ‘alles op zijn kop staat’. Hij verwijst naar Nietzsches idee van de ‘Umwertung aller Werte’: de herwaardering van alle waarden. “Ook de manier waarop we naar de organisatie van arbeid gaan kijken. AI speelt daarin een rol, en, in Nederland, ook de wet- en regelgeving.”

"Specialisatie dwingt flexibiliteit af. Daar zit een kans voor uitzenders."

Han Mesters, ABN AMRO

Keuze flexibiliteit

De Nederlandse overheid probeert de balans op de arbeidsmarkt tussen flexibiliteit en vast werk te herstellen. Denk aan de Wet meer zekerheid flexwerkers, onlangs aangenomen in de Tweede Kamer, maar ook de Wet DBA. Mesters: “Nederland is, in de ogen van de EU, het Wilde Westen als het gaat om flexibel werk. Ook onze overheid heeft een nare smaak overgehouden aan wat er met flex is gebeurd. De overheid wil daarom nu meer mensen richting vaste contracten duwen. Maar jongeren willen dat vaak helemaal niet. Ook hbo-plus-opgeleiden en technisch vakspecialisten hebben niet per se behoefte aan een vast contract. Zij willen hun werk kunnen indelen op een manier die past bij hun persoonlijke leven en kiezen bewust voor autonomie en flexibiliteit. Dat gaat niet weg, wat de overheid ook wil. Ik sprak Rika Coppens, CEO van House of HR, en zij verwoordde het mooi: ‘De grootste trendmatige aanjager van de flexsector is de behoefte van jonge mensen om hun werk flexibel in te richten’.”

Consolidatie

Uiteraard zijn die zekerheden (denk ook aan de nieuwe Cao voor Uitzendkrachten) voor een grote groep flexwerkers zeer welkom. Flexstrateeg Wim Davidse wijst wel op het prijskaartje: “Jarenlang was flex voor veel werkgevers de goedkoopste en minst risicovolle manier om personeel in te zetten. Die tijd loopt ten einde. Goedkope uitzendkrachten worden duurder, constructies met goedkope zzp’ers worden lastiger en concurrentie op arbeidskosten neemt af. Sectoren die voor hun concurrentiekracht sterk afhankelijk zijn van laagbetaalde arbeid – zoals vleesverwerking, logistiek en delen van de agrarische sector – zullen dat merken. Hen wordt de duimschroeven aangedraaid. Deze sectoren zullen of versneld moeten automatiseren, of ze zullen verdwijnen.”

Mesters is het met hem eens: “Bedrijven krijgen het moeilijker om adequaat mee te ademen met vraaguitval en conjunctuur. Sectoren die het hardst geraakt worden, zijn de cyclische sectoren: industrie, transport, logistiek en delen van de zakelijke dienstverlening. Maar werkgevers zijn ook slim genoeg om weer nieuwe geitenpaadjes te vinden binnen de wet. En voor uitzenders zelf? Op korte termijn wordt het moeilijker. Je ziet nu al druk op marges, vraaguitval en veel uitzendbedrijven die het zwaar hebben. Maar op de lange termijn zie ik het eigenlijk positief. Door strengere regelgeving zullen minder bedrijven overblijven. Kleinere partijen krijgen het daardoor moeilijker. Door die consolidatie kunnen de marges uiteindelijk omhooggaan.”

“Als uitzender draait het nu om je flexkracht: het vermogen om precies de specialistische expertise te leveren die organisaties tijdelijk nodig hebben.”

Wim Davidse, Dzjeng

Parttime spook

Op microniveau kan de nieuwe Cao voor Uitzendkrachten en de nieuwe wetgeving dus even zeer doen. Davidse: “Als je werkt in de vleesindustrie, of als je als uitzender van laagbetaalde arbeid je verdienmodel hebt gemaakt, dan is dat een hard gelach. Maar voor de meeste uitzendkrachten is dit een gunstige ontwikkeling: zij krijgen meer rechten.”

Bekijk je de situatie met een macro-economische bril, dan zitten er meer belangrijke voordelen aan. Davidse: “Minder lageprijzensectoren betekent minder stikstofuitstoot, minder belasting van de infrastructuur en minder behoefte aan arbeidsmigranten en hun huisvesting. Maar nog veel belangrijker: als er minder mogelijkheden zijn voor bedrijvigheid met laagbetaald werk, komt er ruimte vrij voor economische activiteiten met meer toegevoegde waarde. Denk aan diensten en producten op het vlak van AI, windenergie, batterijtechnologie en andere innovatieve sectoren. En daar ligt wel de toekomst.”

Mesters wijst nog op een ander punt: de arbeidsproductiviteit. “Onze economie is ingesteld op flexibiliteit: er zijn veel mensen die flexibel willen werken én bedrijven faciliteren dat. Daardoor hebben we vergeleken met andere landen in Europa een enorm hoge participatiegraad. Maar de arbeidsproductiviteit blijft een beetje achter, omdat veel mensen parttime werken. Dat parttime ‘spook’ gaat niet weg. Daar zit een spanningsveld tussen wat bedrijven nodig hebben en wat goed is voor de economie. Omdat de bevolking krimpt, wordt technologische ondersteuning cruciaal. AI is een manier om de arbeidsproductiviteit op te krikken.”

De nieuwe waarde van flexibiliteit

AI, nieuwe wetgeving en arbeidsmarktkrapte veranderen de rol van uitzenders. Niet langer draait het vooral om capaciteit, maar om toegang tot specialistische expertise, talentontwikkeling en het slim organiseren van werk. Juist daarin ligt de toekomstige waarde van de branche.

Meer flexibiliteit door AI

Meer werk doen met minder mensen kan volgens Mesters leiden tot meer flexibiliteit. Hoe zit dat? Mesters: “In de Verenigde Staten wordt AI in eerste instantie vooral gebruikt als instrument om aandeelhouderswaarde te vergroten. Medewerkers worden rücksichtslos weggesneden, vooral bij techbedrijven. Dat gebeurt ook in Nederland. Onder het mom van ‘AI’ zijn grootscheepse reorganisaties doorgevoerd. Maar dat had met AI niets te maken. Het werd gewoon gebruikt als excuus om hele managementlagen weg te snijden. Maar nu zie je voor het eerst in de Verenigde Staten dat er ook op procesniveau gekeken wordt naar de impact van AI. Dus niet als een marketinggimmick, nee, zij kijken echt naar de inhoud van het werk en hoe arbeid onder AI opnieuw georganiseerd moet worden. Dát is wat mij betreft de blauwdruk van hoe bedrijven nu gaan nadenken. De grote vraag is: hoe past flexibel werk daarin? Je ziet twee dingen: specialisatie neemt steeds verder toe. En voor werkgevers wordt het minder logisch om die specialistische expertise vast in huis te halen. Dus: specialisatie dwingt flexibiliteit af. Daar zit een kans voor uitzenders. Ik zie een hele mooie toekomst voor gespecialiseerde flexpartijen. Dan doe je niet aan het ter beschikking stellen van arbeid, maar aan het aannemen van werk, van complete processen.”

Van flex-efficiency naar flexkracht

Ook Davidse ziet hier kansen. “Dankzij de traditionele uitzendconstructie konden bedrijven tegen de laagst mogelijke kosten en risicoloos functioneren. Dat noem ik flex-efficiency. Dat model raakt uitgewerkt door de Wtta die volgend jaar ingaat en nu al door de nieuwe Cao voor Uitzendkrachten. Als uitzender draait het nu om je flexkracht: het vermogen om precies de specialistische expertise te leveren die organisaties tijdelijk nodig hebben.”

In de visie van Mesters en Davidse vergt dat een fundamenteel ander type uitzendorganisatie. Niet langer puur bemiddelen in uren, maar meedenken over processen, technologie en talentontwikkeling. Davidse: “Om die flexkracht te kunnen leveren, moet je scherpe strategische keuzes maken, continue externe alertheid tonen, AI slim toepassen én een aanstekelijk werkgever zijn. Ik noem dat het klavertjevier. En het merendeel van de uitzenders heeft dat klavertjevier nu onvoldoende op orde.” Mesters: “Goed werkgeverschap wordt steeds belangrijker. Mensen kiezen bewust voor werkgevers die investeren in cultuur en ontwikkeling. Slecht management, burn-outs en sociale onveiligheid kunnen organisaties zich steeds minder permitteren. Voor uitzenders wordt het zogeheten impresariomodel belangrijker: niet alleen bemiddelen, maar professionals begeleiden in hun loopbaan en ontwikkeling. Zeker nu AI in hoog tempo verandert, is continue ontwikkeling essentieel.”

De grootste troef

Eén ding verandert niet: de toegang tot talent. Mesters: “De grootste toegevoegde waarde van uitzenders zit uiteindelijk nog steeds in toegang tot mensen, in werving en selectie. Bedrijven kunnen vaak simpelweg niet de mensen vinden die ze nodig hebben. Recruitment wordt steeds meer technologie gedreven en vraagt om specialistische marketingkennis. Flexpartijen krijgen dat steeds beter in de vingers, terwijl grote bedrijven daar juist een achterstand oplopen.”

De conclusie van Davidse en Mesters is eensluidend. De tendens om flexibel werk in te perken en werknemers meer zekerheid te bieden, betekent niet het einde van de uitzendsector. Wel het einde van oude verdienmodellen. Uitzenders blijven onmisbaar in een arbeidsmarkt die – mede onder invloed van AI – tegelijkertijd krapper, specialistischer en dynamischer wordt. Maar alleen partijen die zich aanpassen aan die nieuwe werkelijkheid, zullen daarvan profiteren. Of, zoals Mesters het samenvat: “Stilstaan is geen optie.”

Gerelateerde artikelen