ABU: Algemene Bond Uitzendondernemingen

Transitievergoeding: vanaf dag 1

Bij de werkbank

Vanaf dag 1 in plaats van na 2 jaar

De Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) verandert de voorwaarden op grond waarvan een werknemer recht krijgt op een transitievergoeding. Dat is de vergoeding na onvrijwillig ontslag.

De veranderingen per 1 januari 2020

  • Vanaf 1 januari 2020 krijgt de werknemer vanaf het begin van de arbeidsovereenkomst recht op een transitievergoeding in plaats van na 24 maanden.
  • De opbouw van de transitievergoeding is aangepast. Daardoor gaat de hoogte van de transitievergoeding bij langdurige arbeidsovereenkomsten lager uitvallen.
  • Er komen meer mogelijkheden om inzetbaarheidskosten in mindering te brengen op de transitievergoeding.

Wanneer is de werkgever een transitievergoeding verschuldigd?

De werkgever is vanaf 1 januari 2020 aan de werknemer een transitievergoeding verschuldigd indien:

a. de arbeidsovereenkomst:

  1. door de werkgever is opgezegd;
  2. op verzoek van de werkgever is ontbonden; of
  3. na een einde van rechtswege op initiatief van de werkgever niet aansluitend is voortgezet en voor het eindigen van de arbeidsovereenkomst geen opvolgende arbeidsovereenkomst is aangegaan, die tussentijds kan worden opgezegd en ingaat na een tussenpoos van ten hoogste zes maanden; of

b. de arbeidsovereenkomst als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever:

  1. door de werknemer is opgezegd;
  2. op verzoek van de werknemer is ontbonden; of
  3. na een einde van rechtswege op initiatief van de werknemer niet aansluitend is voortgezet.

Het enige verschil met de huidige regels is dat de arbeidsovereenkomst vanaf 1 januari 2020 niet ten minste 24 maanden moet hebben geduurd. De werknemer krijgt vanaf de eerste werkdag recht op een transitievergoeding als de arbeidsovereenkomst eindigt op de hierboven beschreven manier.

Beëindiging met gebruik van het uitzendbeding

Let op: bij gebruik van het uitzendbeding eindigt de uitzendovereenkomst van rechtswege en is de werkgever een transitievergoeding verschuldigd indien de uitzendovereenkomst niet aansluitend wordt voortgezet en voor het eindigen van de uitzendovereenkomst geen opvolgende arbeidsovereenkomst is aangegaan, die tussentijds kan worden opgezegd en ingaat na een tussenpoos van ten hoogste zes maanden.

Uitzonderingen

Twee groepen zijn uitgezonderd van het recht op een transitievergoeding. Het gaat om (i) werknemers die bij het einde van het dienstverband de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt en waarvan de gemiddelde arbeidsomvang ten hoogste 12 uur per week heeft bedragen en (ii) werknemers waarvan de arbeidsovereenkomst eindigt in verband met of na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

De uitzendwerkgever is in twee gevallen geen transitievergoeding verschuldigd: (i) als de uitzendovereenkomst eindigt omdat de uitzendkracht een arbeidsovereenkomst aangaat met de opdrachtgever waar hij laatstelijk te werk is gesteld en (ii) als de uitzendkracht na een aanbesteding door een andere uitzendonderneming aan de opdrachtgever waar hij laatstelijk werkzaam was ter beschikking wordt gesteld voor hetzelfde werk.

Hoe wordt de transitievergoeding berekend bij de Wab?

Voorheen bouwde de werknemer een hogere transitievergoeding op naarmate hij langer in dienst was. Na tien
jaar had de werknemer recht op een half maandsalaris per gewerkt jaar.

Na 2020 wordt voor elk jaar dat de arbeidsovereenkomst heeft geduurd een transitievergoeding van een derde maandsalaris gerekend. De duur van het dienstverband maakt daarbij niet uit. Bij de Wab hoeft de duur van de arbeidsovereenkomst bij de berekening niet meer op gewerkte halve jaren te worden afgerond. De transitievergoeding wordt berekend over de feitelijke duur van de arbeidsovereenkomst. Dus elke gewerkte dag telt mee.

Voor de berekening van de transitievergoeding blijven de lengte van de arbeidsovereenkomst en het bruto maandsalaris bepalend. De berekeningsmethode van het bruto maandsalaris blijft. ABU-leden kunnen voor meer informatie hierover terecht op het ledennet. Doordat de feitelijke duur van de arbeidsovereenkomst leidend wordt kan een werknemer vanaf 1 januari 2020 na één dag werken recht hebben op een transitievergoeding.

Daarom regelt de Wab dat bij arbeidsovereenkomsten van korter dan één maand het feitelijk verdiende loon gedurende deze arbeidsovereenkomst wordt gezien als het bruto maandsalaris. Let op: met feitelijk verdiende loon wordt niet gedoeld op het ‘feitelijk loon’zoals beschreven in de ABU-cao maar het loon dat een werknemer in totaal heeft verdiend.

Bij de berekening van de transitievergoeding is de eerste stap om deze te berekenen over de hele dienstjaren. Dit gebeurt door de dienstjaren te vermenigvuldigen met een derde maandsalaris. Voor de resterende duur van de arbeidsovereenkomst en voor arbeidsovereenkomsten die korter dan een jaar duren, wordt de transitievergoeding naar rato berekend. Daarvoor kan de volgende formule worden gehanteerd: (bruto salaris/bruto maandsalaris) x (1/3 bruto maandsalaris/12).

Voorbeeld: Berekening transitievergoeding bij dienstverband van vier dagen

De arbeidsovereenkomst heeft vier dagen geduurd en het feitelijk verdiende loon van de werknemer is bruto € 300. Het brutomaandsalaris wordt hieraan gelijkgesteld. De berekening van de transitievergoeding is als volgt:

(€ 300/€ 300) x (€ 100/12) = € 8,33.

Voorbeeld: dienstverband van vier maanden

De arbeidsovereenkomst heeft vier maanden geduurd en de werknemer heeft een bruto maandsalaris van €3.000.

De berekening van de transitievergoeding is als volgt: het feitelijke bruto salaris is €12.000 (4 x €3.000) dus (€12.000/€3.000) x (€1.000/12) = €333,33.

Welke kosten kunnen in mindering worden gebracht op de transitievergoeding?

Op dit moment is het voor een werkgever mogelijk om kosten in mindering te brengen op de transitievergoeding. Dat geldt voor activiteiten die de inzetbaarheid van de werknemer buiten het eigen bedrijf vergroten.

Met de Wab komen er meer mogelijkheden om inzetbaarheidskosten in mindering te brengen. Zo kunnen kosten in mindering worden gebracht die de werkgever heeft gemaakt voor de bevordering van kennis en vaardigheden voor een andere functie, ook binnen de eigen organisatie.

De voorwaarden die gelden voor het in mindering kunnen brengen van kosten blijven hetzelfde. Zo moet de werknemer hiermee onder andere schriftelijk instemmen. Kosten die worden gemaakt voor de uitoefening van
de huidige functie van de werknemer kunnen niet in mindering worden gebracht. Voor de uitzendwerkgever
betekent dit dat de inzetbaarheidskosten niet ten gunste mogen komen van een huidige opdracht bij een inlener, maar in sommige gevallen wel voor toekomstige opdrachten.

Let op: inzetbaarheidskosten die verband houden met de verplichtingen van de werkgever in het kader van re-integratie en herplaatsing van de werknemer kunnen niet in mindering worden gebracht.   

Wanneer moet de transitievergoeding worden uitgekeerd?

De transitievergoeding moet aan het eind van de arbeidsovereenkomst worden uitgekeerd. Indien de transitievergoeding niet binnen 1 maand na de einddatum van de arbeidsovereenkomst is betaald is de werkgever wettelijke rente verschuldigd. Indien de werkgever verzuimt om de transitievergoeding uit te keren kan de werknemer binnen 3 maanden na de einddatum van de arbeidsovereenkomst een verzoekschrift indienen bij de kantonrechter.

Voorbeeld

Een uitzendkracht wordt in de functie van horecamedewerker ingeleend door een restaurant. Wanneer de uitzendwerkgever de werknemer een horecatraining laat volgen dan mogen de kosten niet in mindering worden gebracht op de transitievergoeding wanneer de arbeidsovereenkomst eindigt.

Stel, de uitzendkracht op het moment van de horecatraining de functie van aspergesteker. Dan kunnen de kosten wel worden afgetrokken van de transitievergoeding - mits aan alle voorwaarden is voldaan. De training heeft dan niet tot doel om eigen functie van de werknemer (beter) te vervullen.

Andere thema’s rond de Wab

Lees hier veelgestelde vragen over Wab, ww en sectorindeling, en Wab en payrolling.

Veelgestelde vragen

  • De uitzendkracht heeft wisselende uren gewerkt. Hoe moet het loon voor de transitievergoeding worden berekend?

    Bij een wisselende arbeidsduur moet het bruto uurloon vermenigvuldigd worden met het gemiddelde aantal uren per maand, in de twaalf maanden voorafgaand aan het einde van de arbeidsovereenkomst. Of, als de duur korter was dan twaalf maanden, gedurende de duur van de arbeidsovereenkomst.

    De Wab verandert niets aan de berekening van het loon voor de transitievergoeding.

  • Moeten bij de berekening van de transitievergoeding ook contracten worden meegeteld die in 2019 zijn gestart?

    Ja, de berekening start vanaf de aanvang van het dienstverband. Dat kan dus 2019 of eerder zijn.

Gerelateerde artikelen