ABU: Algemene Bond Uitzendondernemingen

Hoe staat het met de Banenafspraak?

Het realiseren van 125.000 extra banen tot 2026 voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt ligt grotendeels op koers. Dat blijkt uit de derde kwartaalrapportage 2018 voor de Banenafspraak van UWV. De doelstelling voor eind 2018 (43.500) was in het derde kwartaal al ruim gehaald (48.120). Maar er zijn kanttekeningen, waardoor alle inspanningen vooral moeten worden voortgezet én uitgebreid.

De kwartaalrapportages van UWV zijn geen officiële meting voor de realisatie van de Banenafspraak. Ze tonen wel een waardevolle tussenstand met een positief beeld, doordat de resultaten wat voor liggen vergeleken met het tussentijdse doel. Met een kanttekening: de economie en arbeidsmarkt draaien nu op volle toeren, waardoor er relatief veel kansen zijn voor de doelgroep. Als de economie het voor 2026 weer moeilijker krijgt, is de verwachting dat het ook moeilijker wordt om resultaten te halen.

Opvallend is dat de resultaten bij de overheid (1.561 gerealiseerde extra banen) nog achterblijven bij de doelstelling (25.000 tot 2026). Het aandeel van uitzenden en detachering is juist hoog (12.384 gerealiseerde extra banen). Dit is vooral te verklaren doordat uitzenden en detacheren via SW-bedrijven voor werkgevers een veilige manier is om kansen te bieden aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Kerncijfers tussenstand Banenafspraak

Beoogde tussenstand eind 2018: 43.500
Gerealiseerd t/m derde kwartaal 2018: 48.120
Via uitzenden of detacheren: 12.384
Direct bij marktpartijen: 34.175
Bij de overheid: 1.561

 

Hoe kunnen we meer bereiken? Aanbevelingen uit het veld.

Astrid Hendriks, landelijk manager samenwerking gemeenten & programma Banenafspraak UWV
“Publiek-private samenwerking blijven intensiveren”

“Ik ben blij met de positieve tussenstand. We zien wel grote verschillen tussen arbeidsmarktregio’s. Dat lijkt vooral iets te zeggen over hoe de werkgeversdienstverlening en publiek-private samenwerking (PPS) er in de verschillende arbeidsmarktregio’s voor staan. Op deze samenwerking kan overal flink worden ingezet. Ook het in beeld brengen van kandidaten en het harmoniseren van regelingen is nog een belangrijk aandachtspunt. Dit horen wij vaak van werkgevers. De cijfers onderstrepen ook de belangrijke opstapfunctie van uitzendbureaus voor de doelgroep. Dat de overheid wat achterblijft, lijkt ook te komen doordat hier werk is uitbesteed dat juist geschikt is voor de doelgroep. Uit onze Monitor Arbeidsparticipatie blijkt ook dat het percentage werkgevers dat iemand uit de doelgroep WIA/Wajong in dienst heeft, achterblijft. Daar liggen voor werkgevers in deze krappe arbeidsmarkt dus nog veel mogelijkheden.”


Femke Kooijman, beleidsmedewerker Arbeidsmarkt & Onderzoek ABU
“Verbaasd over onzichtbare kandidaten”

“De tussenstand is mooi. Werkgevers zijn echt aan de slag gegaan. De arbeidsmarkt biedt nu volop kansen voor de doelgroep. Juist nu moet gestimuleerd en gefaciliteerd worden dat deze mensen aan de slag kunnen. De ABU vindt het positief dat staatssecretaris Van Ark heeft aangegeven het voor werkgevers makkelijker te maken om mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen. Je moet het ijzer smeden als het heet is. Daarom ben ik verbaasd dat 64.666 kandidaten – vooral van gemeenten – nog steeds geen goed profiel hebben. Werkgevers kunnen niet aan de slag met werkzoekenden die zij niet kennen. Onbekend maakt onbemind en in dit geval: werkloos. De uitzendbranche kan gemeenten en UWV ook helpen om kandidaten zichtbaar te maken, zoals eerder gebeurde met het project Ontsluiting Werkzoekendenbestand. Het is ook vreemd dat werkgevers een quotumregeling boven het hoofd hangt, terwijl veel kandidaten niet zichtbaar zijn. Dat moet echt hét speerpunt worden. De score van de uitzendbranche is fantastisch, maar ook die kan nog veel beter als kandidaten goed zichtbaar zijn.”


Bert van Boggelen, kwartiermaker De Normaalste Zaak
“Het moet voor werkgevers vooral eenvoudiger”

“De tussenstand is goed, maar we hebben nog een eind te gaan tot 2026. De aandacht moet vooral niet verslappen. Eigenlijk moeten we in deze economische tijden wat extra voorsprong opbouwen. Er is een beweging op gang gebracht voor inclusief werkgeverschap, maar het is nog maar een begin. Veel werkgevers doen nog niet mee. De Rijksoverheid, gemeenten en UWV moeten juist nu middelen beschikbaar stellen om hen te helpen. Adequate jobcoaches en bijvoorbeeld hulp bij jobcarving en goed inpassen van mensen. Werkgevers willen wel, maar nu de economie goed draait, zijn ze ook heel druk. Zij hebben hulp nodig en het moet voor hen vooral eenvoudiger worden. Ook door het harmoniseren van de rijstebrij aan verschillende regels bij gemeenten. Daar werkt de staatssecretaris gelukkig aan. De uitzendbranche levert al een substantiële bijdrage, maar kan zich richting de doelgroep nog sterker profileren. Bijvoorbeeld met een vaste maandelijkse inloopdag.”

Dit artikel verscheen in Uitzendwerk – April 2019

 

Gerelateerde artikelen