ABU: Algemene Bond Uitzendondernemingen

Wetsvoorstel toelatingsstelsel uitzendbranche: “Dit gaat niet tot minder uitwassen leiden”

Eind mei debatteert de Tweede Kamer over een nieuw toelatingsstelsel voor uitzendondernemingen. Minister Van Gennip van Sociale Zaken ziet het als een middel om malafiditeit te bestrijden. Maar wordt dat doel met dit wetsvoorstel eigenlijk wel bereikt?

“Per 1 januari 2027 wil het kabinet een nieuw toelatingsstelsel invoeren. Het stelsel gaat gelden voor uitzendbureaus, maar ook voor andere bedrijven die arbeidskrachten ter beschikking stellen”, zegt Marijke van Hees, voorzitter van het Adviescollege toetsing regeldruk. “In de praktijk komt dit erop neer dat uitzendorganisaties alleen op de markt mogen opereren als zij door de minister zijn toegelaten. Zij moeten onder andere een Verklaring Omtrent het Gedrag verstrekken en een waarborgsom van honderdduizend euro storten. Ook moeten ze aantonen dat ze het juiste loon aan uitzendkrachten betalen en aan hun belastingverplichting voldoen.” Een private inspectie-instelling moet bij toelating, en vervolgens ook jaarlijks, aan de minister rapporteren dat het bureau zich aan deze regels houdt.

Te ambitieus tijdpad

“Ik heb twijfels of deze wet op 1 januari 2027 kan functioneren,” zegt Hubert Bruls, voorzitter van de Stichting Normering Arbeid (SNA). Om ABU-lid te kunnen worden, is certificering door SNA nu al verplicht. Maar dat keurmerk gaat dus over een kleine drie jaar vervangen worden door een toelatingsstelsel. “Dat is een ambitieus tijdpad,” aldus Bruls. “Als SNA inspecteren wij 5.000 bedrijven per jaar. Dat worden er 14.000 onder het nieuwe stelsel. Bovendien komen er een aantal extra keuringselementen bovenop de SNA-norm, waardoor inspecties uitgebreider en tijdrovender worden. Daarnaast zijn er nog lang niet voldoende inspecteurs opgeleid.” Als overheid moet je doen wat je belooft, meent Bruls. “Dan zijn er twee opties: of je stelt deze wet uit tot 2028 of je voegt een stuk minder nieuwe keuringselementen toe.”

Wat houdt de toelatingsplicht in?

  • De toelatingsplicht geldt voor alle ondernemingen die arbeidskrachten ter beschikking stellen.
  • Het gaat om uitzenders, payrollers en detacheerders die dit doen als hoofdactiviteit. Maar ook om bedrijven voor welke het een nevenactiviteit is, zoals consultancybureaus en installatiebedrijven.
  • Voor toelating moet een Verklaring Omtrent het Gedrag worden verstrekt en een waarborgsom van 100.000 euro worden gestort.
  • Boven op het SNA-normenkader komen een aantal aanvullende eisen, zoals een uitgebreidere informatieplicht van de werkgever aan de arbeidskracht, uitbreiding van de controle op een juiste beloning, vastlegging van de arbeidstijden, toetsing op een procedure voor veiligheids- en gezondheidsrisico’s en een verplicht SNF- of AKF-keurmerk als er sprake is van huisvesting.
  • Doel is om de toelatingsplicht op 1 januari 2027 in te voeren.
  • Uitleners worden gestimuleerd om vóór 1 juli 2026 een toelating aan te vragen en zich (indien nodig) te laten certificeren door SNA.

Forse extra regeldruk

Maar een nog belangrijkere vraag: gaat een nieuw toelatingsstelsel eigenlijk wel zijn doel bereiken om malafiditeit tegen te gaan? Nee, concludeerde het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) in een recent advies aan minister Van Gennip. “De voorgestelde nieuwe administratieve eisen en procedures zullen waarschijnlijk niet tot minder uitwassen gaan leiden,” zegt Marijke van Hees, voorzitter van het adviescollege. “De bureaus die slecht voor hun personeel – veelal arbeidsmigranten – zorgen, laten zich doorgaans niet door administratieve eisen en procedures leiden.” Bovendien is het nieuwe stelsel vrij complex en gaat het met name voor kleine uitzendondernemingen tot een forse extra regeldruk én hogere kosten leiden, zo stelt ATR vast. “Jaarlijks zijn de kosten van de extra regeldruk voor bedrijven door het ministerie van Sociale Zaken berekend op ten minste € 143 miljoen euro. Die regeldruk is niet proportioneel.” Met name voor kleinere uitzenders en detacheerders is het volgens Van Hees de vraag of het voorstel werkbaar is. “Kunnen zij überhaupt voldoen aan de extra verplichtingen? Ook op dit punt schiet de onderbouwing van het voorstel van de minister tekort.”

Ineffectief zonder handhaving

Ook SNA-voorzitter Bruls betwijfelt of het wetsvoorstel beantwoordt aan de doelstelling. “Een toelatingsstelsel is effectief om de bokken van de schapen te scheiden. Maar het is zeker niet de oplossing om malafiditeit te bestrijden. Het is veel effectiever om de Arbeidsinspectie uit te breiden en met een slimme handhaving te focussen op de veelplegers.” Van Hees sluit zich daarbij aan. “We weten dat de overgrote meerderheid van de uitleners zich aan de regels houdt. De normen waaraan uitzendbureaus zich moeten houden, zijn ook duidelijk en bij iedereen bekend. Daar hoeft dus niets in te veranderen. De misstanden ontstaan juist omdat er bureaus zijn die zich niets aan wetgeving gelegen laten liggen. De normen bestaan al, wat ontbreekt is een consequente handhaving van de naleving ervan.”

“Er wordt een groot en ingewikkeld stelsel opgetuigd, maar ga je daarmee je doel van minder malafiditeit bereiken?,” vraagt Bruls zich retorisch af. “Ik betwijfel dat. Je kunt zelfs zeggen dat dit wetsvoorstel slechter is dan de huidige SNA-certificering. Voor het SNA-keurmerk worden bedrijven elk halfjaar gecontroleerd. In het toelatingsstelsel waarschijnlijk één keer per jaar. Wat is nu de verbetering? Als we dit toelatingsstelsel invoeren en malafiditeit komt nog steeds voor, dan begrijpt niemand het meer. Ik hoop dan ook dat de Tweede Kamer eind mei nog eens kritisch naar dit wetsvoorstel kijkt.”

“Als de naleving niet op orde is, is deze wet een papieren tijger”

Timo de Regt, CEO van STAN Partners (waar PDZ Uitzendbureau en Team Flex Personeelsdiensten onder vallen)

“Het zijn malafide bureaus die verantwoordelijk zijn voor de uitwassen in onze branche.” Niet de georganiseerde bureaus die ABU- of NBBU-lid zijn. Te vaak worden we allemaal in één adem genoemd. Een toelatingsstelsel kan bijdragen aan een goede organisatie van de markt van flexibele arbeid. Maar mijn grote zorg is dat vooral de toegelaten bureaus straks gecontroleerd worden en niet de bureaus die uitwassen veroorzaken. Er zijn te veel bureaus die onder de radar opereren. Die zich niet altijd uitzendbureau noemen, maar wél personeel uitlenen. Of bedrijven met heel veel BV’s – met ogenschijnlijk dezelfde naam – waarbij een van de bedrijven een certificering heeft en de andere  bedrijven niet. Een inlener kan dan onbewust de fout in gaan. Juist op die bedrijven moet de controle van de Arbeidsinspectie zich richten. Met deze wet ben je er dus niet. Alleen met een strikte en consequente handhaving maak je echt een vuist tegen malafiditeit. Want als de pakkans en dus de kans op een boete laag is, blijft er ruimte voor malafide bureaus en inleners om niet aan de regels te voldoen. Als de naleving niet op orde is, is deze wet een papieren tijger. En zorgt het alleen voor meer regeldruk bij de bonafide bureaus.”

“Kunnen kleinere uitzenders en detacheerders überhaupt voldoen aan de extra verplichtingen?”

Marijke van Hees, voorzitter van het Adviescollege toetsing regeldruk

Uitzendmarkt in cijfers

Lid ABU:
515 uitzendorganisaties.
Dit is 65% van de uitzendmarkt.

SNA-gecertificeerd:
3.945 uitzendorganisaties

Geregistreerd als uitzendonderneming bij de Kamer van Koophandel:
19.760

Risico’s voor inlenende partij:

  • Naheffing loonbelasting en sociale verzekering
  • Naheffing wettelijk minimumloon
  • Boete illegale arbeid

Niet-geregistreerd uitzendbureau:
aantal onbekend

Risico’s voor inlenende partij:

  • Illegaal uitzendbureau
  • Boete uitzender én inlener vanaf € 8.000, per uitzendkracht
  • Naheffing loonbelasting en sociale verzekering
  • Naheffing wettelijk minimumloon
  • Boete illegale arbeid

Gerelateerde artikelen