ABU: Algemene Bond Uitzendondernemingen

De Wtta in de praktijk: wie mag straks nog uitzenden?

“We gaan naar een kleinere, maar professionelere sector”

De uitzendbranche staat aan de vooravond van de grootste stelselwijziging in ruim 25 jaar. Met het nieuwe toelatingsstelsel mogen straks alleen nog uitzend- en payrollorganisaties opereren die aan strenge eisen voldoen. “Het moet afgelopen zijn met partijen die zich niet aan de regels houden en daarmee oneerlijk concurreren.”

“Er zijn nu ruim 4.000 uitzenders aangesloten bij het SNA-keurmerk, maar daarnaast opereren mogelijk nog duizenden andere partijen. Hoeveel precies weten we niet eens,” vertelt Tugba Karabulut, programmamanager Marktregulering bij de ABU. Dat maakt het volgens haar moeilijk om grip te houden op kwaliteit en naleving. “Veel uitzenders laten zich niet vrijwillig controleren op naleving van wet- en regelgeving, waardoor hun professionaliteit onvoldoende zichtbaar is. Dat is problematisch, omdat fouten in de intermediaire dienstverlening gevolgen hebben voor werkenden én de reputatie van de sector. Dat werkt niet meer. De lat moet omhoog.”

 

“Het toelatingsstelsel staat of valt met effectieve handhaving. Als niet-toegelaten partijen toch actief blijven, ondermijn je het hele systeem.”

Tugba Karabulut, programmamanager Marktregulering bij de ABU

Van prijs naar kwaliteit

De ABU pleitte daarom al in 2020 voor meer kwaliteit in de branche met een 14-puntenplan. Een groot deel van die voorstellen is nu terug te vinden in de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) die vanaf 1 januari 2027 ingaat. Het belangrijkste verschil met de huidige situatie: uitzenders moeten straks worden toegelaten om actief te mogen zijn. “Dat betekent dat kwaliteit niet langer vrijblijvend is,” zegt Karabulut. “Je moet aantonen dat je je processen op orde hebt, dat je wet- en regelgeving naleeft en dat je werknemers correct behandelt. Wie dat niet kan, wordt niet toegelaten of verliest z’n toelating.”

Volgens haar verschuift daarmee ook het businessmodel van de branche. “Met het toelatingsstelsel verschuift de concurrentie van prijs naar kwaliteit. Zonder toelating mag je er niet zijn; met een toelating toon je aan dat je compliance op orde is. Daardoor gaan eerlijke bedrijven zich vooral onderscheiden op kwaliteit. Dat is precies de prikkel die we willen in de sector: kwaliteit moet belangrijker worden dan prijs.” Maar niet iedere partij zal de professionaliseringsslag kunnen maken die nodig is om een toelating te krijgen en op kwaliteit te concurreren, verwacht ze. “De sector zal wellicht kleiner worden, maar ook professioneler.”

Samenwerking wordt cruciaal

Voor uitzend- en payrollorganisaties betekent het toelatingsstelsel een enorme operatie. Naast nieuwe regelgeving moeten zij hun systemen, controles en processen aanpassen. “Onze leden maken eigenlijk in korte tijd 2 enorme veranderingen tegelijk mee,” zegt Karabulut. “De invoering van gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden in de nieuwe cao én het toelatingsstelsel per 1 januari volgend jaar. Hoewel onze leden met SNA- en ABU-keurmerk optimaal staan voorgesorteerd, vraagt dat ontzettend veel van organisaties.”

Compliance wordt daarmee een bepalende factor in het succes van een uitzender. En dat raakt niet alleen de uitzender zelf, benadrukt Karabulut. “Ook opdrachtgevers krijgen een grotere verantwoordelijkheid. Zij mogen alleen samenwerken met een toegelaten partij; anders riskeren zij een hoge boete van de Arbeidsinspectie. Opdrachtgevers hebben er ook alle belang bij om samen te werken met een partij die zijn zaken op orde heeft. Je wilt als opdrachtgever immers niet plots zonder uitzendkrachten komen te zitten omdat de toelating van de uitzender is ingetrokken. Dat vraagt om nauwere samenwerking tussen uitzender en opdrachtgever om aan de nieuwe regels te kunnen voldoen.”

Voor werkenden moet het nieuwe stelsel juist meer zekerheid bieden. “Werknemers kunnen straks in het openbare register controleren of een uitzender is toegelaten. Daarmee weten ze dat hun werkgever gecontroleerd wordt op naleving van regels en correcte beloning. Dat geeft extra bescherming.”

Illustratie Wtta - VoorWerk 2026

Grootste zorg: de handhaving

Toch ziet Karabulut ook risico’s. De grootste zorg zit volgens haar in de uitvoering en handhaving van het stelsel. “Het toelatingsstelsel staat of valt met effectieve handhaving. Als niet-toegelaten partijen toch actief blijven, ondermijn je het hele systeem. Dan beloont het systeem eigenlijk kwaadwillende uitzenders met een concurrentievoordeel door lagere kosten, in plaats van dat het hen uit de markt haalt. Dat mag niet gebeuren.”

Daarnaast waarschuwt ze voor te rigide uitvoering. “Je wilt voorkomen dat een ondernemer door een kleine fout zijn toelating verliest. De gevolgen zijn enorm: zonder toelating kun je je deuren sluiten en komen alle werknemers op straat te staan.” Volgens Karabulut vraagt dat om een zorgvuldige balans tussen regulering en werkbaarheid. “In de sector is draagvlak voor de nieuwe, strengere regels die voortvloeien uit de Wtta. Maar die regels moeten in de praktijk wel werkbaar zijn. En de belofte van minder oneerlijke concurrentie en een gelijk speelveld moet ook echt worden waargemaakt.”

Om het toelatingsstelsel te laten slagen is samenwerking nodig. Karabulut: “De overheid kan en wil dit niet alleen doen. Ook de ABU heeft hierin een belangrijke adviesrol en werkt daarin samen met de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU) en toezichthouders.”

Ondanks de uitdagingen blijft Karabulut positief over de richting die de sector opgaat. “Als het stelsel goed werkt, krijgen we een professionelere branche, meer kwaliteit en een eerlijker speelveld. Over 5 jaar verwacht ik een kleinere, maar sterkere markt. Maar hopelijk hebben we dan ook een sector waarin alleen partijen actief zijn die hun werkgeverschap echt op orde hebben. Eerlijke partijen mogen niet langer worden weggeconcurreerd door malafide bureaus. Er moet meer ruimte komen voor goed werk. Compliance en kwaliteit moeten worden beloond.”

Wat betekent het toelatingsstelsel voor regulering van de markt?

Kees van Nieuwamerongen, Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU):

“Met de Wtta wordt voor het eerst duidelijk vastgelegd wie wel en niet actief mag zijn op de uitleenmarkt. Dat is precies de rol van de NAU. Wij beoordelen of een uitlener aan alle voorwaarden voldoet en nemen toegelaten partijen op in een openbaar register. Daarmee reguleren we niet alleen individuele organisaties, maar ook de markt als geheel.

Tegelijkertijd moeten we realistisch zijn. Een nieuw stelsel van deze omvang staat niet van de ene op de andere dag volledig overeind. Er zijn veel partijen betrokken: inspectie-instellingen, de Belastingdienst, de Arbeidsinspectie, brancheorganisaties, opdrachtgevers en uitzendorganisaties. Het zal tijd kosten voordat alle onderdelen optimaal functioneren.

Juist daarom is samenwerking zo belangrijk. Wij zien onszelf niet als een organisatie die tegenover de sector staat, maar als een partij die samen met de sector werkt aan een eerlijkere arbeidsmarkt. We betrekken uitzendorganisaties actief bij de inrichting van onze systemen en communicatie en blijven in gesprek over wat er in de praktijk nodig is.

De invoering van het toelatingsstelsel is geen doel op zich. Het uiteindelijke doel is een eerlijkere arbeidsmarkt, waarin bonafide partijen niet langer worden weggeconcurreerd door organisaties die de regels ontduiken en waarin werknemers, met name arbeidsmigranten, beter worden beschermd. Dat vraagt om duidelijke regels, transparantie en samenwerking tussen alle partijen in de keten. Alleen dan ontstaat een markt waarin kwaliteit wordt beloond en werkenden beter worden beschermd. Wacht niet tot het laatste moment. Begin nu met de voorbereidingen en kijk welke stappen uw organisatie nog moet zetten op Toelatinguitleenmarkt.nl.”

Wat betekent het toelatingsstelsel voor uitzenders?

Arjan Hummel, IU Groep:

“Voor veel ABU-leden voelt het toelatingsstelsel niet als een revolutie, maar als een volgende stap in een ontwikkeling die al langer gaande is. Wij zijn al jaren gewend aan certificeringen, audits en controles. De grootste verandering hebben wij misschien wel achter de rug met de invoering van de nieuwe cao. De Wtta zet daar vooral de puntjes op de i op.

Dat betekent niet dat er niets verandert. Vooral voor kleinere uitzendorganisaties die niet zijn aangesloten bij een brancheorganisatie of geen SNA-certificering hebben, wordt de impact groot. Zij moeten in korte tijd een flinke professionaliseringsslag maken. Ik merk nu al dat sommige ondernemers zich afvragen of ze die stap nog willen zetten.

Ik verwacht daarom dat het aantal aanbieders in de markt zal afnemen. De sector gaat consolideren, met meer samenwerking, gedeelde backoffice-oplossingen en grotere platformorganisaties. Dat is op zichzelf niet verkeerd. Een hogere toetredingsdrempel zorgt ervoor dat mensen bewuster kiezen voor het vak van uitzendondernemer en duurzaam bouwen aan hun organisatie.

Wel is het belangrijk dat de verantwoordelijkheid niet volledig bij uitzenders wordt neergelegd. Om aan alle eisen te voldoen, zijn wij afhankelijk van informatie van opdrachtgevers. Het toelatingsstelsel kan alleen werken als de hele keten verantwoordelijkheid neemt. Dat vraagt niet alleen iets van opdrachtgevers, maar ook van accountants, banken en brancheorganisaties. Als al deze partijen erop toezien dat alleen wordt samengewerkt met toegelaten en gecertificeerde organisaties, wordt het stelsel veel effectiever en ontstaat er een gelijker speelveld voor partijen die hun zaken goed op orde hebben.”

Wat betekent het toelatingsstelsel voor inspectie-instellingen?

Julisa Fereijra-Phelipa, Normec VRO:

“De Wtta wordt soms gezien als een nieuwe administratieve verplichting, maar in werkelijkheid is het een fundamentele verandering in de manier waarop kwaliteit, betrouwbaarheid en markttoegang worden beoordeeld. Vanuit onze rol als inspectie-instelling zien wij in de praktijk dat het niet alleen gaat om het voldoen aan losse eisen, maar om de vraag of een organisatie aantoonbaar grip heeft op haar processen. De belangrijkste eis wordt daarmee aantoonbaarheid: niet alleen weten welke regels gelden of over documenten beschikken, maar kunnen laten zien dat processen in de praktijk goed werken en worden beheerst.

Dat vraagt ook iets anders van inspectie-instellingen. Bij Normec VRO kijken wij niet naar losse documenten, maar naar de samenhang. Sluit een arbeidsovereenkomst aan op de uitzendbevestiging? Komt de beloningsinformatie van de opdrachtgever overeen met het loon dat wordt uitbetaald? Is de urenregistratie controleerbaar? Vanuit onze inspectiepraktijk zien wij dat de grootste uitdaging niet in één afzonderlijke normeis zit, maar in de verbinding tussen administratie, beloning, urenregistratie, keteninformatie en feitelijke uitvoering.

Een checklist kan helpen bij consistentie, maar de echte kwaliteit zit in de professionele beoordeling achter het vinkje. Onze rol is daarmee breder dan alleen toetsen. Wij helpen de markt scherp te krijgen wat aantoonbare kwaliteit in de praktijk betekent, zodat bonafide ondernemingen risico’s beter beheersen en zich onderscheiden op professionaliteit.

Een belangrijk aandachtspunt is rechtszekerheid. Een toelatingsstelsel moet streng zijn voor partijen die bewust of structureel regels overtreden, maar proportioneel voor organisaties die te goeder trouw werken. De Wtta kan alleen slagen als kwaliteit aantoonbaar wordt gemaakt én toezicht zorgvuldig wordt uitgevoerd.”

Gerelateerde artikelen